Op zoek naar de klepel

bij dezen en genen

Tag archief: darwin

Een nieuw uiterst zelfzuchtig gen

Zoals Dawkins al schreef in ‘The selfish gene’ kunnen genen als zelfzuchtig beschouwd worden. Die genen die het organisme voordeel bieden zullen overleven. Met de woorden van Dawkins: “We zijn overlevingsmachines – robot vehikels, blind geprogrammeerd om de zelfzuchtige moleculen bekend als genen te bewaren.” (min of meer vrij vertaald uit het voorwoord).

Genome-engineering-a-new-field-of-scientific-studyEnkele weken geleden kwam in een discussie over de veertigste verjaring van de bestseller van Dawkins het zelfzuchtige gen weer ter sprake. Er werd door Laurence Moran op zijn blog Sandwalk opgemerkt dat de genen waar Dawkins het over heeft niet echt zelfzuchtig zouden zijn, want alleen het DNA dat zich binnen hetzelfde genoom repliceert zou pas echt zelfzuchtig genoemd kunnen worden.

Mijn gedachten dwaalden toen af naar een zeer speciaal en uiterst geval van selfish genes, namelijk genen die een ‘meiotic drive’ veroorzaken. In dat proces worden genen die normaal eerlijk over de geslachtscellen verdeeld worden ongelijk verdeeld, waarbij het gen dat dit veroorzaakt meer dan in de helft van de gevallen aanwezig is. Dit gen, dat ook wel een ‘segregation distorter’ genoemd wordt, komt zo onevenredig vaak in het nageslacht voor en kan uiteindelijk gefixeerd worden. Dit proces is onafhankelijk van het voordeel of nadeel dat het gen zelf biedt.

Gedurende meiose worden er haploide cellen gevormd. Elke cel ontvangt één van de twee homologe chromosomen. Dit resulteert bij grote aantallen geslachtscellen in een gelijke verdeling van de homologen. De allelen worden dus gelijk verdeeld zoals ook de wet van Mendel voorschrijft. Er zullen 50% allelen A zijn en 50% allelen a wanneer het organisme heterozygoot is. Gedurende meiotic drive is het gen (allel) A zo zelfzuchtig dat het er voor kan zorgen dat deze balans helemaal verschoven is. Wanneer dit allel een nadeel vormt voor het organisme kan het desondanks toch gefixeerd worden.

Zoals Dawkins in 1976 al illustreerde met het gen t in de muis, kan dit laatste allel, dat letaal is in homozygose (wanneer het organisme twee kopieën van dit allel bezit), zich in de populatie ophopen in heterozygose (wanneer er slechts een kopie van aanwezig is) door meiotic drive. Uiteindelijk zullen er steeds meer exemplaren zijn die homozygoot voor het gen t en ze zullen doodgaan. Een lokale populatie kan op deze manier uitsterven.

Een interessante alinea in ‘The selfish gene’ van Dawkins is de volgende:

“In spite of its deleterious side-effects, if a segregation distorter (het gen t uit het voorbeeld) arises by mutation it will surely tend to spread through the population. Natural selection (which, after all, works at the gene level) favours the segregation distorter, even though its effects at the level of the individual organism are likely to be bad.” (p.236 30th anniversary edition)

Hier kan over gediscussieerd worden, want natuurlijke selectie zou dit nadelige gen moeten doen verdwijnen en dat is wat het uiteindelijk ook doet wanneer deze lokale populatie uitsterft.

Er is nu opnieuw een gen gevonden dat verantwoordelijk is voor meiotic drive, een segregation distorter. De homologe chromosomen worden gedurende meiose van elkaar vandaan getrokken op een onevenwichtige manier en het gen R2d2 kan daardoor in grote getale verspreid raken in de populatie. Het gen veroorzaakt wel een kleinere worp en heeft dus duidelijk een nadeel in fitness. Desondanks verspreidt het zich met het gemak van een ‘selective sweep’ door de populatie. Dit resultaat wordt in de online bladen aangekondigd met titels als ‘Research challenges Darwin’ en de wet van Mendel alsof het een nieuw fenomeen betreft. Als we Dawkins moeten geloven is de selective sweep het gevolg van natuurlijke selectie en wordt Darwin dus niet betwist.

Uit:

Richard Dawkins; The selfish gene, 1976

Didion JP, Morgan AP, Clayshulte AM-F, Mcmullan RC, Yadgary L, Petkov PM, et al. (2015) A Multi-Megabase Copy Number Gain Causes Maternal Transmission Ratio Distortion on Mouse Chromosome 2. PLoS Genet 11(2): e1004850.
doi:10.1371/journal.pgen.1004850

John P Didion, et al. R2d2 drives selfish sweeps in the house mouse
Mol Biol Evol first published online February 15, 2016
doi:10.1093/molbev/msw036

ScienceNews

 

h/t Rob van der Vlugt

Darwin Day 2014 in Venetië

Darwin Day 2014

Darwin Day 2014; de dia met de genoomgrootte van de ui

Voor deze dag was mooi weer voorspeld en laag water. Het was daardoor een aanlokkelijk vooruitzicht om weer eens naar Venetië te gaan. De lezingen van de Darwin Day werden georganiseerd door de ‘Unione degli Atei e degli Agnostici Razionalisti’ en zouden om kwart over tien beginnen dus dat was rennen richting La Fenice alwaar de Aula Magna van het ‘Ateneo Veneto’ zich tegenover bevindt. De inleiding heb ik gemist, maar begreep later dat de zaal voornamelijk gevuld was met scholieren van de middelbare school.

De volgende overdenkingen betreffen de eerste lezing over het menselijk genoom en het junk DNA. Wat opviel was dat er allereerst gesproken werd over het enorme genoom van de ui. Dit als inleiding naar de geschiedenis van het project ENCODE dat de functionaliteit van het junk DNA onder de loep genomen heeft. De hele lezing was vervolgens gegrond op de bevindingen van ENCODE welk project aangetoond zou hebben dat junk DNA wel degelijk een functie heeft. Ongeveer 80 % van het genoom zou volgens die bevindingen een functie hebben in tegenstelling tot de veronderstelde 1,5 % die gevormd worden door genen, het zogenoemde codificerende deel.

Het project ENCODE bekeek de aanwezigheid van proteïnen op het DNA (transcriptiefactoren), de afgeschreven RNA’s en gemethyleerd DNA. De overvloedige binding van transcriptiefactoren aan het DNA van het zogenaamde junk DNA zou betekenen dat daar transcriptie plaatsvindt. Er werd ook een myriade aan RNA van verschillende lengten gevonden in de cellen. De lezing baseerde zich helemaal op de vondst van deze RNA’s en ging uit van het feit dat deze ook een functie hebben. Zo werd er bijvoorbeeld gesproken over het feit dat lange transcripten (lncRNA’s) de kortere (miRNA’s, siRNA’s, piRNA’s en snoRNA’s) die allemaal een eigen specifieke functie hebben, kan sekwestreren en daarmee een belangrijke regulerende werking kan hebben op de expressie van DNA. Er werd aangegeven hoe belangrijk RNA wel niet is en dat men eigenlijk tegenwoordig niet meer zomaar kan stellen dat onze kenmerken bepaald worden door DNA alleen. De uitdrukking ‘het zit in mijn genen’ zou daarom niet meer gebruikt moeten worden.

Een punt dat niet behandeld werd daarentegen was de binding van transcriptiefactoren. Transcriptiefactoren binden zich aan het DNA daar waar transcriptie gestart moet worden. Als er inderdaad zo’n grote hoeveelheid aan RNA’s afgeschreven wordt dan wordt dit veroorzaakt door deze transcriptiefactoren. Direct na de publicatie van ENCODE waren er bijzonder veel sceptici die niet konden accepteren dat bijna al het junk ineens geen junk meer was. Een argument was dat transcriptiefactoren ook aspecifiek kunnen binden en dat er een soort ruis bestaat omdat deze eiwitten ‘plakkerig’ zijn. Over dit onderwerp verscheen hier een eerder blog. Daarin legt Mike White haarfijn uit dat het er in cellen wellicht heel rommelig aan toe gaat.

De vraag bleef hangen: hoe kan het genoom van de ui zoveel junk bevatten en dat van de mens die zoveel complexer is zoveel minder. Hoe kan het dan toch een functie hebben? Omdat de hele lezing er van uitging dat de bevindingen van ENCODE correct waren heb ik deze vraag niet gesteld. Er waren geen vragen na afloop.

De vergissing van Darwin

Net zoals andere primaten, kunnen wij mensen niet anders dan autoriteiten vormen die we erkennen en, tegelijkertijd, autoriteiten vernielen die ideeën of waarden vertegenwoordigen die we niet begrijpen of waaraan we ons ergeren. Vaak door een simpele impuls te volgen, verdedigen of vallen we sociaal erkende autoriteiten aan. En deze dynamiek van de menselijke ethologie is niet alleen van toepassing op politieke leiders, maar ook op wetenschappelijke autoriteiten. De arme Charles Darwin is een schijnbeeld geworden waarnaar een soort cult is gegroeid die soms een effect “Darwin leeft en strijdt aan onze zijde” produceert, zowel als een onstuitbare wens er de doordringende wetenschappelijke geloofwaardigheid van te ondermijnen. Het is niet verrassend dat creationisten, religieuze fanatici, politici en mislukte wetenschappers Darwin verkeerd begrijpen in de hoop de invloed van de wetenschappelijke vooruitgang en de verbetering van de seculaire cultuur die voortkwamen uit zijn impuls te wissen. Het wordt veel interessanter wanneer geloofwaardige wetenschappers zoals hijzelf dit doen.

In de laatste decennia heeft men ontdekt dat, naast de traditionele genetische erfelijkheid, betreffende de genen die vastliggen in de lineaire sequentie van nucleotiden waaruit het genoom opgebouwd is, er een zogenaamde epigenetische erfelijkheid bestaat. Door de omgeving veroorzaakte veranderingen op het niveau van de structuren van het genoom, die de expressie van de genen controleren, kunnen voor enkele generaties doorgegeven worden. Dit nieuws heeft enkele wetenschappers ertoe aangezet te schrijven dat er een herwaardering van Lamarck en van zijn theorie over erfelijkheid gaande is, waardoor de onderzoeken op epigenetische erfelijkheid het darwinisme zouden reduceren.

In werkelijkheid is het omgekeerde waar. In feite, als men het spel speelt deze recente ontdekkingen te beschouwen in het licht van de voor de hand liggende schimprede Darwin vs Lamarck, dan tonen deze aan dat Darwin gelijk heeft…ook daar waar hij zich vergist. En zo wordt bevestigd dat de Nobelprijswinnaar Sydney Brenner, het absolute genie van de moleculaire biologie, gelijk heeft wanneer hij de onwetendheid stigmatiseert van de wetenschappers, die door de huidige laboratorium en aula’s lopen, ten aanzien van de geschiedenis van de onderwerpen die zij bestuderen. Want deze onwetendheid brengt schade toe!

De kwestie van de verhouding tussen Darwin, Lamarck en het probleem van de erfelijkheid van verworven kenmerken is duidelijk voor eenieder die de inhoud kent van The variation of animals and plants under domestication, door Darwin gepubliceerd in 1868. In dit werk begaat Darwin een blunder. De Engelse naturalist behandelt het onderwerp dat hij het belangrijkst acht voor zijn theorie over de oorsprong van de soorten. Niet de natuurlijke selectie, maar de variatie. Darwin weet dat hij de manier van denken in de biologie revolutioneert door de nadruk te leggen op individuele variaties. Na Darwin worden deze variaties inderdaad niet meer beschouwd als imperfecties die voortkomen uit de materialisatie van onveranderlijke platonische vormen. Ze worden de echte biologische realiteit. En natuurlijke selectie is een onvermijdelijkeid, dat wil zeggen een natuurwet, die automatisch opereert gegeven het bestaan van individuele variaties die elk diverse voordelen produceren. Het probleem waar Darwin dus met de grootste toewijding aan gewerkt heeft is dat van de natuur, van de oorsprong en van de doorgave van de ene generatie op de andere van de variaties die een landbouwer of de natuurlijke selectie gebruiken om nieuwe rassen of soorten met specifieke kenmerken voort te brengen.

In The Variation stelt hij een complexe theorie van erfelijkheid voor, waarin hij met uiterste voorzichtigheid een “provisorische hypothese van de pangenesis” definieert. Erfelijkheid zou voortkomen uit de overdracht van ‘gemmules‘, materiële deeltjes die de eigenschappen van de variatie doorgeven aan de volgende generatie. Deze deeltjes, die direct geproduceerd worden door de organen, die op hun beurt gemodificeerd worden door de interactie van het organisme met de omgeving – de interactie met de omgeving is voor Darwin fundamenteel en veroorzaakt op mechanische wijze de individuele variaties – zouden het mogelijk maken zowel de spontane als de verworven variaties door te geven, door het gebruik van de organen zelf gedurende het leven. De deeltjes concentreren zich vervolgens in de mannelijke en vrouwelijke gameten die zich mengen op het moment van de bevruchting en een organisme voortbrengen dat een amalgaam is van de kenmerken van de ouders.

Beide veronderstellingen van de pangenesis, dat wil zeggen de specifieke variabiliteit van de erfelijkheidsfactoren door interactie met de omgeving en de menging van de erfelijke kenmerken op het moment van de bevruchting, zouden binnen enkele jaren worden weerlegd. De ontdekking dat chromosomen een materieel continuüm creëren tussen de generaties maakt het mogelijk een contra-intuitieve hypothese te bouwen, die correct bleek te zijn en waarin erfelijkheid bestaat uit het doorgeven van een substantie (na Watson en Crick, het DNA), die informatie bevat om het organisme te bouwen. Maar deze is fysiek ondoordringbaar voor de verwerving van specifieke informatie op basis van modificaties van de omgeving. Bovendien toont de herontdekking van de wetten van Mendel aan dat erfelijke factoren zich niet mengen.

De theorie van pangenesis is onjuist. Maar het is ook de theorie die wetenschappelijk gezien het meest plausibel is op het moment dat Darwin schrijft over hoe verworven kenmerken geërfd zouden kunnen worden. En de recente ontdekkingen geven Darwin eventueel gelijk. Omdat de erfelijkheid van verworven eigenschappen geen Lamarckiaanse theorie is. Lamarck ging er gewoonweg van uit en het idee bestond sinds Hippocrates. Hetgeen Lamarck (die net zo evolutionist en mechanistisch als Darwin was) beweerde is dat de omgeving die continu verandert nieuwe ‘behoeftes’ creëert, waarop de organismen reageren door bepaalde eigenschappen meer of minder te gebruiken gedurende hun leven waardoor zich individuele verschillen voordoen in de toename of afname van deze eigenschappen, die vervolgens geërfd worden. Denk daarbij aan het klassiek voorbeeld van de giraffennek.

Als je erbij nadenkt, dan is de erfelijkheid van verworven eigenschappen een typisch intuïtieve uitleg die gegeven wordt met een ‘gezond verstand‘ (senso comune), een pre-wetenschappelijk verstand. Net zoals de hypothese van een ongedefinieerde ‘behoefte’ die het gebruik of ongebruik van de delen zou stimuleren, of het idee dat de complexiteit van het leven een Intelligente Ontwerper zou benodigen. Het lukt Darwin tegen het ‘gezonde verstand’ in te denken wat betreft het evolutionair mechanisme, en hij ontwikkelt de theorie van natuurlijke selectie (ontsprongen aan het bestaan van individuele variatie), die wetenschappelijk gecontroleerd en gevalideerd is. Maar hij blijft vastzitten aan het ‘gezond verstand’ – met weinig overtuiging moet er gezegd worden – ten aanzien van het probleem van de erfelijkheid. In conclusie, wanneer men Darwin en Lamarck tegenover elkaar zet met betrekking tot de kwestie van erfelijkheid van verworven eigenschappen heeft men het over een gemeenplaats. Die, zoals de meeste gemeenplaatsen, fout is.

Dit is een vertaling van het uitstekende artikel l’errore di Darwin door Gilberto Corbellini verschenen in ilSole24ore 18-09-2011.

Het hologenoom

Een holobiont is het concept van een gastheer met zijn symbiotische micro-organismen. Voorbeelden zijn koralen met hun symbiotische micro-organismen en symbiotische algen, maar ook wijzelf kunnen als holobiont gezien worden. Het darmstelsel is daar een onderdeel van. Het bestaat uit een rijke darmflora zonder welke onze gezondheid snel achteruit zou gaan.

 

van internet: microben

De darmflora helpt in het afbreken van voedingsstoffen, het stimuleren van het immuunsysteem en regelt zelfs de gezondheid van de bloedvaten. Andere voorbeelden zijn bladluizen en cicaden met hun endosymbiotische bacteriën die in deze gevallen ook overgeërfd worden. De micro-organismen zijn hier zo gespecialiseerd dat ze alleen nog maar met hun specifieke gastheer kunnen samenleven. Ze worden via de eicellen doorgegeven aan de volgenden generatie. Ook de gastheer is dusdanig gespecialiseerd dat hij niet zonder deze microbiota zou kunnen leven. Zowel de gastheer als de symbiont hebben genen verloren, waardoor ze onlosmakelijk verbonden zijn. Symbiotische bacteriën kunnen dus de fitness van de holobiont vergroten.

 

Het hologenoom wordt door Eugene Rosenberg gedefinieerd (pdf) als het genoom van de gastheer plus dat van zijn microbiotische symbionten. Het genoom van de gastheer varieert volgens de standaard wetten van overerving, dat wil zeggen door mutaties, crossing-over tijdens meiose en seksuele recombinatie. Het genoom van de symbiotische micro-organismen kan variëren door mutaties, conjugatie en horizontale gentransfer. Het hologenoom kan dus op vele manieren variëren. Ook de verschillende symbiotische micro-organismen van de gastheer kunnen veranderen, waardoor het hologenoom weer

lamarck
van internet: Lamarck

een andere samenstelling krijgt. De soorten symbiotische micro-organismen kunnen immers relatief toe- of afnemen of zelfs compleet veranderen. Dit zijn veranderingen op korte termijn waardoor de variatie van het hologenoom erg snel kan gaan. Natuurlijke selectie, de drijfkracht van evolutie, wordt volgens Rosenberg uitgeoefend op de holobiont of op het hologenoom als geheel. Dit snel variërende hologenoom is natuurlijk een erg interessant gegeven maar Rosenberg gaat verder. Dit ‘gebruiken en niet gebruiken’ van de micro-organismen wordt overgeërfd door de holobiont. Deze hologenoomtheorie van evolutie van Rosenberg stelt dat er Lamarckiaanse overerving is binnen het raamwerk van Darwiniaanse evolutie omdat er wordt voldaan aan Lamarck’s principe van overerving van verworven eigenschappen. Dit is een erg sterke conclusie waar misschien nog veel over gediscussieerd gaat worden.

 

De hologenoomtheorie van evolutie van Rosenberg bracht hem tot een interessant onderzoek. Hij toont daarin aan dat het type symbiotische bacteriën van fruitvliegjes varieert naar gelang het dieet dat de vliegjes voorgeschoteld krijgen. Dit dieet bepaalde welk soort bacteriën symbionten van het fruitvliegje worden. Naar gelang het type symbiont produceerden de fruitvliegjes andere feromonen en dit bepaalde hun partnerkeuze. De verandering in feromonen en partnerkeuze verifieerden zich reeds na de eerste generatie en duurde voort tot 17 generaties. De partnerkeuze bepaalt de ontwikkeling van de soorten en er zou dus gesteld kunnen worden dat bacteriën de soortvorming van de fruitvliegjes bepalen.

 

 

 

Darwin en de weerwolf

Voor lange tijd was de weerwolf een angstaanjagend dier, een hybride tussen mens e wolf, waarvan men dacht dat hij echt bestond. Brian Regal, professor in

weerwolf
Van internet: Weerwolf

wetenschapsgeschiedenis aan de Kean University in Union, New Jersey, beweert dat dit monster tot het verleden behoort. Met de komst van Darwin’s evolutietheorie is deze hybride zeer onwaarschijnlijk geworden en naarmate de evolutietheorie meer bekendheid kreeg kwam er een andere hybride tevoorschijn: Bigfoot, Sasquatch, of de Yeti (de ‘verschrikkelijke sneeuwman’ uit de Himalaya), die allemaal aan elkaar verwante aap-mensen zouden zijn. Hij toont dit (wetenschappelijk?) aan door middel van kunstwerken en prenten uit de laatste eeuwen waarop men de overgang van weerwolf naar aap-mens zou kunnen zien.

Er bestaan veel verschillende benamingen voor deze aap-mens, die een primaat zou zijn met een lengte van twee tot drieënhalve meter. Er zijn geen bewijzen voor het bestaan van deze aap-mens, behalve een filmopname uit 1967 in Californië, waarvan wel gedacht wordt dat een aantal frames in de film vervalst zijn.

bigfoot
Van Internet: Bigfoot

Het onderzoek naar deze legendarische schepsels wordt ook wel cryptozoölogie genoemd. Deze pseudowetenschap houdt zich bezig met onondekte diersoorten die onwaarschijnlijk zijn. Ze moeten niet al te groot zijn, want dan waren ze al ontdekt, en ze kunnen niet uitgestorven zijn, want dan bestaan ze immers niet.

Richard Dawkins zou deze ‘evolutie’ waarschijnlijk scharen onder de evolutie van ‘memen’: zich evoluerende ideeën, die zich als genen gedragen en verspreiden onder de mensen.

Toch is en blijft de weerwolf nog heel populair, en persoonlijk vind ik het een veel mooiere legendarische figuur dan deze aap-mens. Hij is heel gevaarlijk en in sommige films voel je zelfs sympatie voor dit arme wezen. Hij spreekt nog steeds tot de verbeelding in de nieuwste kinderboeken (Harry Potter) en komt bij volle maan ook nog regelmatig op het blog voorbij (Geroma, Kokopelli). Laten we haar in de gaten houden:

Bron: ScienceDaily

Misvattingen over de evolutietheorie en de atheistische campagne

In zijn weblog schrijft Bas Haring over de misverstanden betreffende de evolutietheorie. De eerste zin veronderstelt dat deze theorie nagenoeg door iedereen aangehangen wordt. Het is een interessant artikel (van de vlokskrantredactie) dat misschien niet velen gelezen hebben zo vlak na de feestdagen. (Zie Volkskrant weblog)

Googel je eens naar ‘evolutie’ dan vind je meteen al vele sites die tegen de evolutietheorie zijn. Misschien hebben deze tegenstanders meer behoefte om hun mening te verkondigen en lijkt het er daardoor op of ze in veel grotere getale aanwezig zijn.

Nu is er in Nederland een folder in omloop die 12 februari (de 200ste verjaardag van Darwin) in de brievenbus valt en die de vraag stelt: Evolutie of Schepping. Wat geloof jij? Martijn van Calmthout schreef er in November al over. Naar aanleiding daarvan zaten Midas Dekkers en Johan Huibers (Google naar ark van noach) tegenover elkaar bij P&W. Daar bleek dat de dinosaurussen op de Ark van Noach de zondvloed hadden overleefd. Ik las een VKblog over deze folder (zie bovenste infoblok rechts). Daar kan de folder gelezen worden. De folder beweert steeds maar ‘kijk eens om u heen’ als argument tegen o.a. de fossielenvondsten. Het bleek dat de folder gemaakt is door dezelfde Dorenbos van de plastic foetussen. Hoe durft-ie zomaar bij iedereen de brievenbus vol te gooien en wat kun je ertegen doen?

Er is ook een VKblog dat de evolutietheorie verloochent. Dit blog stelt dat atheisten, ‘Darwinisten’ en ‘evologen’ allemaal hetzelfde zijn. Maar ‘Darwinisten’ zijn niet per se atheisten en andersom. In Engeland werd een campagne gevoerd met bussen die als opschrift hadden dat God niet bestaat en dat je dus onbezorgd door het leven kunt gaan. Deze campagne is medegefinanceerd door Richard Dawkins, een overtuigd atheist en voorstander van de evolutietheorie. De campagne staat misschien los van het gedebatteer over het Darwinjaar maar ik denk toch dat het daarmee begonnen is. Er rijden nu ook in Spanje en Italie bussen met deze slogan (in Rome is dat niet gelukt). Van mij hoeft het niet zo nodig. Iedereen gelooft wat hij wil. Vandaag claimde een Spaans atheist, dat hij, net zoals de katholieken, ruimte wil hebben voor zijn ideeën.

Het blijkt dus dat de wetenschap (die bijna uitsluitend door atheisten beoefend zou worden) en de evolutietheorie, waarvan we denken dat eigenlijk iedereen die aanhangt, toch niet zo vanzelfsprekend zijn. Ik doe daarom graag mee aan het initiatief van ‘Meneer Opinie’ om op 12 februari een VKwetenschapsdag te houden en ben zo vrij geweest het betreffende infoblok op mijn blog te plaatsen. Ik hoop dat er veel meedoen.

P.S. Hier is een mooie site over Darwin van de BBC

Zwervende gedachten

Een filosoof over argumentatie, biologie, handelingstheorie en wat hem verder invalt

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

mjusicamanti.wordpress.com/

per amanti della vera musica

SangueVivo

Ancora solo un battito in più

Microplastics

INTERREG MICRO PROJECT

Scientia Salon

An archived blog about science & philosophy, by Massimo Pigliucci

Infinite forme bellissime e meravigliose

si sono evolute e continuano a evolversi

Vita da simbionte

perché collaborare è talvolta meglio che combattere

Meneer Opinie

Altijd een mening, maar niet altijd gehinderd door kennis van zaken

The Cambrian Mammal

An evo-devo geek's scientific meanderings

Evolutie blog

bij dezen en genen

The Finch and Pea

The Public House for Science...

voelsprieten

* wonder van het alledaagse *

the aphid room

All about aphids... not simply bugs|

kuifjesimon

Just another WordPress.com site

The Amazing Comics Men

Comics by Dutch cartoonists Jan the Stripman & Wim the Mysterious Helpman

Barbara Jansma

Prenten, spotprenten en schilderijen

%d bloggers liken dit: