Op zoek naar de klepel

bij dezen en genen

Tag archief: evolutietheorie

geen mutaties, geen evolutie

Een gastbijdrage van Leonardo da Gioiella

Se non ci fossero mai mutazioni, non potrebbe esserci evoluzione né selezione naturale. Ogni organismo sarebbe una copia perfetta dei genitori e le specie sarebbero fisse.

intro_evolution_groot_finMet deze onzinzin begint een stukje tekst in L’EVOLUZIONE A FUMETTI, een introductie in de evolutie, een vertaling van Introducing Evolution van Dylan Evans (met illustraties van Howard Selina).
De onzinzin die daar staat luidt in gewoon NL:

Als er geen mutaties zouden optreden [bij de voortplanting] dan kon er geen evolutie bestaan noch natuurlijke selectie. Ieder organisme zou een perfecte kopie zijn van de ouders en de soorten zouden vast liggen.

Uiteraard is het eerste deel waar, maar wel een open deur. Vooral de context, en de toegevoegde illustratie maken het tot onzin.

De context spreekt van “ieder organisme”.
De illustratie toont 2 rijtjes van 3 mannen, als langs een spoorbaan getekend. Let wel: 2 verschillende mannen, de een blond, de ander donker, met elk twee klonen.

Als er geen mutaties zouden optreden ….
Wel, dan waren we vermoedelijk in de simpelste, meest primitieve eukaryoten blijven steken.
Misschien waren er dan wel helemaal geen eukaryoten gekomen.
Je zou je zelfs af mogen vragen: zouden er dan wel prokaryoten zijn gekomen.

Ik zou nu op kunnen houden, maar ik heb me vooral in die context verdiept.
Iemand zou kunnen zeggen: het kan toch zijn dat het optreden van mutaties op enig moment is opgehouden?
Wel, iemand heeft dat gezegd … of moet dat op zijn minst hebben gedacht. De iemand heeft het in deze context geplaatst: de schrijver van deze tekst.
Hij moet zich gerealiseerd hebben: geen evolutie, dan ook geen soorten.

Toch is hij verder gegaan.
Hij zegt: de soorten zouden vastliggen.
En hij illustreert de stelling met mensen die gelijk zijn.
Terzijde: één van die illustraties is verlevendigd met een moederaap en haar jong.

Er is dus het plantenrijk en het dierenrijk. En het zoogdier mens is in volle hevigheid present.

Waar komt dat allemaal vandaan.
Waar komen al die organismes, bouwstenen van de vastliggende soorten, vandaan?
De leerboeken over evolutie kunnen zo in de prullenbak worden gegooid. Er is immers geen DNA dat muteert.
En als het DNA niet muteert – ook geen natuurlijke selectie (ik ben het helemaal eens met de schrijver) én geen seksuele selectie én geen selectie door fokken of telen.

Er staan geen moeders op de illustratie, maar die kerels moeten ergens vandaan komen. Gelukkig is er nog de noodzaak om aan voortplanting te doen. Maar het plezier dat we daar nu aan beleven, zou dat er nog zijn?

’t Heeft natuurlijk zo zijn voordelen.
Geen doorfokken meer.
Geen doofstommen en geen blinden meer, dus je hebt ook geen doofstommeninstituut of blindeninstituut nodig. Nog wel blindenopvang, want er zullen vast nog wel misdadigers zijn, die vanwege de ernst van het misdrijf de ogen worden uitgestoken.

En, hoe gaan we ontdekken waar het allemaal vandaan komt.
Hier wordt een punt wat ik eerder in een discussie heb gemaakt overduidelijk gedemonstreerd: aan de output kun je nog niet het proces herkennen.
Er is geen muterend DNA, dus wie heeft die soorten op de wereld gezet? Zou de big bang verzonnen zijn als er geen evolutietheorie was geweest? En, zo ja, zou iemand dan geopperd hebben dat de soorten tijdens de oerknal, of vlak daarna, gevormd zijn, zoals de elementen, en dat ze uiteindelijk, na een lange reis door de ruimte, wachtend op een zich nog te vormen planeet, die ook nog een maan moest acquiren om te zorgen dat het water opkwam en afging, om daar dan neer te dalen?
Ik vrees dat de boekenkasten geleegd zouden zijn van boeken over evolutie.

Herman Bavinck,  theoloog, had nooit iets hoeven zeggen over ongeloof en evolutie.
En, daar gaat de schoen echt wringen, de boekenkasten zouden weer gevuld zijn met boeken over de grootsheid van de schepping. Want wie kan dat verhaal nog omver blazen als er geen Darwin had kunnen komen?

Se non ci fossero mai mutazioni, ...
Is het denkbaar dat een wezen een kopie van zichzelf zou maken met als enige “weeffout” dat de kopie geen weeffouten meer kan maken. Er wordt vanaf dat moment geen DNA meer gemuteerd bij de voortplanting. Hoe zou dat uitpakken?
Dus de schrijver krijgt gelijk: er zijn wel soorten, maar er wordt niks meer gemuteerd.

Nou ja, als dat een armoedzaaier zou overkomen, een tramp, zou er niks aan de hand zijn. Die zou seksueel wel uitgeselecteerd worden.

Maar wat te denken van Bach. Stel, die was een getrouwe kopie van zijn vader, geen mogelijkheid om nog mutaties te genereren. Dat hij een ander musicus is geworden dan zijn vader komt door de opleiding van zijn broer. Maar bij de nakomelingen gaat het hard. Wilhelm Friedemann en Carl Philipp Emanuel zijn echt klonen, ook in hun muziekproductie. Door vader gemaakt en gekneed. En moeder Maria Barbara, gewoon een nicht, doet dapper mee. Die paar mutaties die ze nog doorgaf tellen niet meer mee. Bach zelf, en zijn zonen en dochters merken al gauw dat de klonen prima functioneren, dus dat inteelt geen kwaad kan en … dat incest dus niet van de boze kan zijn! En omdat Bach goed verdient – in een tijd vol armoedzaaiers en tramps geen onbelangrijk gegeven! – besluiten ze hun toekomst veilig te stellen, en al snel zijn er een hoop JSB-tjes op de wereld gezet, precies zoals de illustratie uit mijn boekje suggereert.

Je moet toch niet aan de gevolgen denken.
Mozart zou zijn kop nog wel boven het maaiveld uitgestoken hebben. Haydn wellicht ook. Maar al snel wordt het muziekleven geheel gedomineerd door de JSB-tjes. Alleen nog maar toccata’s, passionen, Erbarme dich’s, Oratoria. Carl Philipp Emanuel zou geen bijdrage aan de Sturm und Drang geleverd hebben, en dat scheelt een behoorlijke slok op een borrel. De sonates van Schubert hadden we kunnen vergeten, zulke muzikale monumenten als de symfonieën van Bruckner of Mahler – geen kans. Het atonale systeem, of de toonklok van onze eigenste Schat … vergeet het maar.
Alles zou Bach geweest zijn wat de klok sloeg.
En alleen nog maar Soli Deo Gloria.

Ik moet er niet aan denken. Zelfs maar de suggestie dat er nog mogelijkheid tot verlichting in onze genen zou kunnen zitten zou verdwenen zijn.
En, let wel: ook geen Beatles hé. Alles was weggedrukt geworden.
Hoe lang, hoeveel aeonen zou het geduurd hebben voordat ene Rudolf Wijbrand Kesselaar opgestaan zou zijn als Rudi Carrell, en gezongen zou hebben … / dat ik de wijsjes en de sijsjes van de merels ken / ….

Dat zinnetje non […] evoluzione né selezione naturale doet me ook iets anders beseffen.
Eigenlijk zou ik nu kunnen zeggen: mutabiliteit is de drijvende kracht van de evolutie.
Maar … kan ik dat hier wel zeggen?
Dat riekt naar mutationisme.
En Marleen heeft zelf in een comment gezegd: Ik zie niets in het mutationisme als idee, …
Als gastschrijver mag ik natuurlijk schrijven wat ik wil, maar een beetje respect voor de gastvrouw mag natuurlijk wel.
Aan de andere kant, Masatosha Nei heeft het zelf gezegd met zijn theorie van mutation driven evolution: mutation is the driving force.
En daar is wel veel kritiek op gekomen, maar daar staan mensen als Wagner tegenover, die op dit blog toch heeft mogen gloriëren, … while not necessarily agreeing with Nei’s position, treat it as an alternative view relevant to reforming or improving evolutionary thinking … (wiki).

Dus ik zeg het toch maar.
Mutabiliteit is de drijvende kracht van de evolutie. Natuurlijke selectie en seksuele selectie, zijn een soort van hulpprocesjes geworden.

Al moet ik wel vrezen dat Marleen misprijzend – het zal wel zeer misprijzend zijn – haar wijze hoofd zal schudden.
Over zoveel domheid.
Van leonardo.

Advertenties

Heeft de slang nu wel of niet gesproken

Een gastbijdrage van Leonardo da Gioiella

Leonardo speelt nog een liedje

Leonardo speelt nog een liedje

Heeft de slang nu wel of niet gesproken

Door enig geruis in de samenleving, ik bedoel in dat deel van de samenleving waarin ik mij nu weer even beweeg, werd ik attent gemaakt op een artikel in NATURE: Does evolutionary theory need a rethinking? Een vraag in de kop, waarna het artikel zich onmiddellijk opsplitst, qua indeling en qua bijdragende auteurs in een Yes, urgently deel en een No, all is well deel. En ik moet U zeggen: ik ben van een paar kleine verbazinkjes in een paar grote gevallen.
Het geruis kwam vooral vanuit de blogosphere (1, 2), maar wie de moeite neemt om het artikel zelf te lezen, en daarna de reacties – vooral de reacties! – ziet dat het water bij Nature al gaat rimpelen.

Het heeft mijn gedachten bijna onmiddellijk naar de affaire Geelkerken verplaatst. Nu zal in het evolutiebiologenwereldje, en vooral daar waar het ongeloof een grote vlucht heeft genomen, de affaire Geelkerken geen bellen doen rinkelen, dus ik zal U even bijpraten.
Geelkerken was een dominee, één van een groepje dwarse dominees in de Gereformeerde Kerken die zich, nu zo’n honderd jaar geleden, bij het verhaal over de zondeval – we zitten dan qua tijdperk nog heel erg dicht bij de schepping – afvroeg of de slang daadwerkelijk gesproken had. Slangen missen nu eenmaal the faculty of speech, die is van dominees en linguïsten en dat soort mensen. En hij deed dat openlijk, op de preekstoel. Daar is een hoop gedonder van gekomen, dat uiteindelijk leidde tot disciplinaire maatregelen, waarna aan het einde – het zal U niets verbazen – NL weer een denominatie meer telde.

Zij die het rechte pad bewaken

Zij die het rechte pad bewaken

 

Wat is voor mij de evolutietheorie.
Laat ik daar onmiddellijk duidelijk over zijn: de associatie met het geloof is er voor mij ook in dit opzicht. Maar ik zal het minder verdacht, positiever neerzetten.
Ik vergelijk het met een prachtige ronde kaas, zoals die uit de kaasvorm komt, eertijds van de boer, heden ten dage van de fabriek. En daar ligt die kaas op de plank van de kaasboer. Mooie ronde vorm, compact in aanzien en gewicht (en dat kan behoorlijk zwaar zijn, hoog soortelijk gewicht; ik weet niet of U zich een voorstelling kunt maken van een Italiaanse commessa die een nieuwe parmigiano aan moet gaan snijden – wel, ik ben een keer als klant naar de andere kant van de balie gegaan om het lieve kind te helpen).
En dan komt er een klant en die wil daar een stukje van. En de kaashandelaar moet de nieuwe kaas aansnijden, halveert de kaas, en de klant die toekijkt zegt: maar, daar zitten gaten in. Ja zegt het kaasboertje, dat klopt, dat hoort bij deze kaas, maar dat weegt niks dus daar betaalt U niet voor.
Ik bedoel hier gatenkaas dus te gebruiken in een veel positievere zin dan gewoonlijk gebruikt. Eigenlijk heel positief.

De evolutietheorie is de theorie van de hypotheses en de open einden.
De evolutietheorie is de theorie van het door de elektronische microscoop via beeldscherm waarneembare DNA – met beeldjes die de programmeur vertaald heeft op basis van de concepten in het hoofd van de gebruikersdeskundige evolutiebioloog – en de gevonden fossielen.
De evolutietheorie is ook de theorie van de lacunes en van het gemis aan experimenteerbaarheid.
Maar wel een mooie ronde kaas, goudgeel gekleurde korst en voorzien van keurmerk.
Een prima verhaal om te verklaren hoe we vanuit de big bang geworden zijn wat we nu zijn.

En als zodanig een veel beter verhaal dan het scheppingsverhaal.
Voor mij!
Het scheppingsverhaal vind ik als metafoor wel een prachtig verhaal, mits je voor ogen blijft houden dat er sprake is van twee metaforen: de volheid van de zevendaagse week als metafoor voor een enorme tijdspanne, en de schepper God als metafoor voor een heel ingewikkeld, niet overal en altijd navolgbaar verhaal.
Het is als zodanig ook een universeel verhaal. Het zijn niet alleen de joods-christelijke worteltjes die verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van deze “goede boodschap” noch kunnen ze er het auteursrecht  van claimen. Het is alleen jammer dat voor een heleboel mensen de metafoor God veranderd is in een werkelijke, levende God. Ik denk dat de evolutietheorie daarover ook wel iets kan zeggen, maar dat is hier van een andere orde.

En nu blijkt dus ook de evolutie verschillende denominaties op te kunnen leveren. Zoals je de RK hebt en de PKN, zo heb je in evolutieland nu de SET en de EES.
Well, what’s in a name?
Heel wat. Mutation en natural selection, én genetic drift, en ook nog gene flow die tegenover developmental bias en plasticity, én niche construction, en ook nog inclusive inheritance dreigen te komen staan. Een positief punt: waar niet gelovigen vaak de draad en de kluwen niet kunnen onderscheiden bij kerkelijke haarkloverijen, is hier goed te volgen waarover het gaat.

Ik begrijp dat we de evolutie zien als een aanpassingsverhaal: het levende wezen past zich aan aan de omgeving. Okay, wat is die omgeving, waarom is die veranderd? Hebben we het dan alleen over de materialistische omgeving, of ook over de biosfeer. Volgens mij het laatste, want het woord biotoop lijkt me niet voor niks uitgevonden. Zoals de eikenboom een element is in de biotoop van de mens, zo is de mens een element in de biotoop van de eikenboom. En het lijkt me een typisch geval van gesneden koek, dat wanneer de mens zich aanpast de eikenbomen zich gaan aanpassen, en wanneer de eikenbomen zich aanpassen dat dan de mens zich gaat aanpassen.
Als die biotoop als zodanig wijzigt, waarom wijzigt die dan. Is daar dan sprake van een hiërarchie: “lagere” soorten wijzigen eerder, of vaker?

Voor zover ik het begrijp, zijn die wijzigingen traceerbaar als spoor van gewijzigd DNA. (Ik neem nu even aan dat wijzigingen zichtbaar in de verzameling fossielen het gevolg zijn van de DNA-mutatie – of ik daarmee meer SET dan EES ben laat ik graag aan de gelovigen over.)
Dus, de kernvraag lijkt mij: waarom doen zich mutaties voor in het DNA?
En ik denk dat dat een filosofische vraag is. Zelfs als wij vandaag de dag DNA-mutaties kunnen provoceren, zullen wij dan ooit weten waarom en hoe miljoenen jaren geleden een wijziging in het DNA tot stand kwam die ons mens zijn een stapje dichterbij bracht?

Hier zijn we bij een paar grote vraagtekens van mij beland, waarvan ik me nog eens bewust werd via het artikel in Nature.

Kevin Laland c.s. schrijft: “We hold that organisms are constructed in development, not simply ‘programmed’ to develop by genes. Living things do not evolve to fit into pre-existing environments …”. Ik sta er verbaasd van dat dit opgeschreven moest worden.
Mij is toch duidelijk gemaakt dat mutaties in genen aan de orde van de dag zijn, dat levert gedurig uiterlijke, functionele kenmerken op die verschillen, en evolutie wil dus zeggen dat die kenmerken die het meest fitten bij de omgeving, overleven. Er is toch niemand die beweert, of beweerd heeft, dat er geprogrammeerd is?
Elders schrijft hij: “The (EES) insights derive from different fields […] They show that variation is not random.” Well, who’s in charge, zou ik zeggen.
Er lijkt warempel sprake te zijn van cryptocreationism, of cryptodesignationism.

En dan is daar het gebruik van het woord aanpassing.
Ik gebruik het hierboven in de actieve zin: iets past zich aan. Ik heb Wiki er maar bijgehaald – dat mag in dit geval, want evolutiebiologen verwijzen graag naar Wiki, er is zelfs een groepje activistische evolutionaire biologen dat ketterijen in Wiki bestrijdt – en dat zegt: Adaptation refers to both the current state of being adapted and to the dynamic evolutionary process that leads to the adaptation. Adaptations contribute to the fitness and survival of individuals. Daar zit dus een passief deel in, being adapted, en een actief deel, dynamic evolutionary process.

IJsberen zijn niet wit omdat het zo wit was op de Noordpool. Er lopen daar witte beren rond en nu, na miljoenen jaren, geen bruine beren meer, omdat de witte beer in die omgeving fitter was voor overleving, hetzij als voedselverzamelaar, hetzij tegen andere voedselverzamelaars. Dus de bruine beer is er begonnen, zo gaat het verhaal, maar het is nu de “mutatie” witte beer die de klok slaat.
Dat verhaal kun je ook heel anders vertellen, een andere manier om die ronde kaas te halveren en te laten zien dat het gatenkaas is, want …
Een bruine beer krijgt een jong, en dat ziet er heel anders uit dan de rest van haar jongen. Wit, of witachtig. Laten we aannemen dat de moeder op dat moment nog vertederd is. Kijk nou toch vader beer, wat schattig, een wit berinnetje. Vader bruine beer bromt een beetje misnoegd. Het beestje wordt door moeder beer nog wel extra vertroeteld. Maar al gauw wordt het beestje een blok aan het been. Want als de groep voorttrekt, en het beestje blijft wat achter, ook jonge beertjes zijn nieuwsgierig, dan moeten de oudere beren goed kijken waar het witte beestje uithangt, zeker als je tegen de laagstaande zon in kijkt. En al snel wordt duidelijk dat het beestje eerder een gevaar is voor het voortbestaan van de groep, dan een leuke versiering. En we weten maar al te goed wat alle samenlevingsvormen doen met dat wat de boel weliswaar opleukt, maar toch afwijkt van de norm: op z’n zachtst wordt het verstoten, op z’n ergst gaat het op de brandstapel.
En zo mag het eigenlijk een Godswonder heten dat er überhaupt witte beren op de Noordpool rondlopen.

En of die slang nu wel of niet gesproken heeft … ach, ik denk dat dat wel voor altijd een raadsel zal blijven.
Persoonlijk ben ik van mening dat ook slangen kunnen praten, en beren ook; vooral witte ijsbeertjes, die als eerste van hun moeder te horen krijgen dat mama echt wel van haar houdt, ook al ziet ze er dan een beetje anders uit. Alleen, wij mensen kunnen het met onze beperkte kennis niet herkennen als faculty of speech.
Het is niet onmogelijk dat de primitievere Adam en Eva, naamgevers aan de diersoorten, dat nog wel konden.

Zie ook: een ijsbeer beerde zoveel ijs

Zie ook: seks met eikenbomen

Darwin en de weerwolf

Voor lange tijd was de weerwolf een angstaanjagend dier, een hybride tussen mens e wolf, waarvan men dacht dat hij echt bestond. Brian Regal, professor in

weerwolf
Van internet: Weerwolf

wetenschapsgeschiedenis aan de Kean University in Union, New Jersey, beweert dat dit monster tot het verleden behoort. Met de komst van Darwin’s evolutietheorie is deze hybride zeer onwaarschijnlijk geworden en naarmate de evolutietheorie meer bekendheid kreeg kwam er een andere hybride tevoorschijn: Bigfoot, Sasquatch, of de Yeti (de ‘verschrikkelijke sneeuwman’ uit de Himalaya), die allemaal aan elkaar verwante aap-mensen zouden zijn. Hij toont dit (wetenschappelijk?) aan door middel van kunstwerken en prenten uit de laatste eeuwen waarop men de overgang van weerwolf naar aap-mens zou kunnen zien.

Er bestaan veel verschillende benamingen voor deze aap-mens, die een primaat zou zijn met een lengte van twee tot drieënhalve meter. Er zijn geen bewijzen voor het bestaan van deze aap-mens, behalve een filmopname uit 1967 in Californië, waarvan wel gedacht wordt dat een aantal frames in de film vervalst zijn.

bigfoot
Van Internet: Bigfoot

Het onderzoek naar deze legendarische schepsels wordt ook wel cryptozoölogie genoemd. Deze pseudowetenschap houdt zich bezig met onondekte diersoorten die onwaarschijnlijk zijn. Ze moeten niet al te groot zijn, want dan waren ze al ontdekt, en ze kunnen niet uitgestorven zijn, want dan bestaan ze immers niet.

Richard Dawkins zou deze ‘evolutie’ waarschijnlijk scharen onder de evolutie van ‘memen’: zich evoluerende ideeën, die zich als genen gedragen en verspreiden onder de mensen.

Toch is en blijft de weerwolf nog heel populair, en persoonlijk vind ik het een veel mooiere legendarische figuur dan deze aap-mens. Hij is heel gevaarlijk en in sommige films voel je zelfs sympatie voor dit arme wezen. Hij spreekt nog steeds tot de verbeelding in de nieuwste kinderboeken (Harry Potter) en komt bij volle maan ook nog regelmatig op het blog voorbij (Geroma, Kokopelli). Laten we haar in de gaten houden:

Bron: ScienceDaily

Het ribosoom: van een RNA- naar een eiwitwereld.

De evolutietheorie beschrijft en verklaart de evolutie van de levende organismen door natuurlijke selectie, maar geeft geen verklaring voor het ontstaan van dit leven op Aarde. Er zijn vele experimenten die aangetoond hebben dat uit een oersoep van inorganische elementen, organische moleculen kunnen ontstaan onder bepaalde omstandigheden die de atmosfeer of de oceanen van de vroege Aarde nabootsen. Het is op deze manier mogelijk aminozuren, nucleotiden en koolhydraten te creeëren die op hun beurt korte ketens van resp. polypepeptiden (eiwitten), polynucleotiden (RNA en DNA), en ribosen (suikers) kunnen vormen. Het is nog niet experimenteel aangetoond dat deze moleculen ook inderdaad de ingewikkelde eiwitten, DNA- of RNA-moleculen vormden die we in levende organismen tegenkomen, maar het is niet moeilijk te veronderstellen dat na een lange incubatietijd en met behulp van hoge temperaturen en/of catalyserende substraten er reacties plaats konden vinden, die inderdaad deze macromoleculen voortbrachten. Zie voor een uitgebreide beschrijving van abiogenese het blog van Qabouter.

ribosoom
 Plaatje van subuniteit van ribosoom geleend van
Wikipedia. Oranje: enkelstrengs RNA. Blauw: eiwit

Een volgende stap in deze ontwikkeling is de vorming van zelfreplicerende en/of catalyserende moleculen. Het belangrijkste catalyserende molecuul dat zich in alle levende organismen bevindt is het ribosoom. Een ribosoom is gevormd door twee subuniteiten en bevat zowel RNA als eiwitten. Het is verantwoordelijk voor de ‘vertaling’ van het mRNA in eiwitten. Het mRNA is een molecuul dat (meestal) een exacte kopie is van een gen op het DNA. Het DNA dat zich in de celkern bevindt wordt gekopieerd in mRNA dat de celkern verlaat. In het cytoplasma wordt het mRNA door de ribosomen gelezen en vertaald in eiwitten zoals enzymen, antilichamen en structurele proteinen. Het is lang een discussiepunt geweest of de eerste macromoleculen eiwitten waren of RNA. Eiwitten zijn vaak enzymen die reacties kunnen catalyseren, iets wat nodig is voor de synthese van RNA bijvoorbeeld. Het feit dat de catalyserende kern van het ribosoom uit RNA bestaat, waardoor het molecuul ook wel ribozyme genoemd wordt, heeft vele wetenschappers ervan overtuigd dat de oersoep op een bepaald moment een RNA-wereld was, waarin RNA zowel een coderend als en catalyserend molecuul was.

Van deze oermoleculen is natuurlijk allang geen spoor meer te vinden; er zijn geen moleculaire fossielen. Het kan dus nooit direct aangetoond worden dat er bijv. een RNA-wereld was.

Het ribosoom, dat zo’n 4 miljard jaar geleden onstaan moet zijn, is hetzelfde in alle procaryoten (bacteriën) en verschilt van dat van eukaryoten (dieren en planten), die op hun beurt allemaal hetzelfde cytoplasmatische ribosoom hebben.

Een studie in Nature met als titel Hypothesis beschrijft hoe de tegenwoordige ribosomen ontstaan zouden kunnen zijn uit de aggregatie van kleinere domeinen. Deze studie laat zien hoe de subuniteit van het ribosoom 23S (van prokaryoten) achtereenvolgens ontdaan kon worden van 59 onderdelen, zonder dat de stabiliteit van de driedimensionele structuur van het overgebleven deel werd aangetast. Werden deze onderdelen weer langzaamaan toegevoegd, dan hervond het proto-ribosoom een steeds grotere sintesecapaciteit. Elke component voegde zich pas aan het voorgaande geheel toe als dit een verhoogde stabiliteit of efficiëntie betekende. De hypothese is dat gedurende de eerste stadia van evolutie het ribosoom uitsluitend uit RNA bestond (ribozyme) en pas nadat het efficiënt genoeg was om ook eiwitten te produceren werden deze laatsten ook belangrijk op aarde en in de structuur van het ribosoom.

Dit zou de eerste stap geweest kunnen zijn van een RNA-wereld naar een eiwitwereld, maar het blijft slechts een hypothese…

Footnotes to Plato

because all (Western) philosophy consists of a series of footnotes to Plato

Zwervende gedachten

Een filosoof over argumentatie, biologie, handelingstheorie en wat hem verder invalt

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

mjusicamanti.wordpress.com/

per amanti della vera musica

SangueVivo

Ancora solo un battito in più

Microplastics

INTERREG MICRO PROJECT

Scientia Salon

An archived blog about science & philosophy, by Massimo Pigliucci

Infinite forme bellissime e meravigliose

si sono evolute e continuano a evolversi

Vita da simbionte

perché collaborare è talvolta meglio che combattere

Meneer Opinie

Altijd een mening, maar niet altijd gehinderd door kennis van zaken

The Cambrian Mammal

An evo-devo geek's scientific meanderings

Evolutie blog

bij dezen en genen

The Finch and Pea

The Public House for Science...

voelsprieten

* wonder van het alledaagse *

the aphid room

All about aphids... not simply bugs|

kuifjesimon

Just another WordPress.com site

The Amazing Comics Men

Comics by Dutch cartoonists Jan the Stripman & Wim the Mysterious Helpman

%d bloggers liken dit: